Historische Vereniging Ameide en Tienhoven
 

themas > afbeeldingen > topografie

Topografie

 

 

kaart van de Alblasserwaard

Links is een fragment gegeven uit bovenstaande kaart van de Alblasserwaard.

Bij de hiernaast en hieronder genoemde toelichtingen is gebruik
gemaakt van het artikel "Rijnland en de rivieren" - Inrichting en
vormgeving van de
Hollandse rivierzorg in de achttiende eeuw,
gepubliceerd in het tijdschrift Waterstaatsgeschiedenis en
geschreven door Dr. Paul van den Brink. Dit artikel is een
samenvatting van het proefschrift van Dr. Paul van den
Brink 'In een opslag van het oog': De Hollandse rivierkartografie en
waterstaatszorg in opkomst, 1725-1754. Alphen aan den Rijn:
Canaletto/Repro Holland, 1998. 293 blz.: ill. ISBN 90-6469-736-1.
Dissertatie Utrecht.

 

Fragment van de rivierkaart De Lek, 1764

Gemaakt tussen 1751 en 1765
Melchior Bolstra,
landmeter en riviertoezichthouder geboren 1703 te Makkum Friesland, begraven in 1776 te Leiden (Hooglandse Kerk)

Tekenaar (rivierkartograaf). Landmeter, geadmitteerd in Holland op 01-06-1731 (toen wonende in Haarlem). Aangesteld als landmeter van Rijnland op 19-04-1732 als opvolger van Cornelis Velsen. Hij werkte samen met zijn neef Jelle T. de Boer en met Dirck Klinkenberg. Veel van zijn kaarten werden gegraveerd door, o.a. David Koster, Maria de Haan en Tirion. Kaarten: Haarlemmermeer, 1740; De Maas en de Merwede van Noordzee tot Gorkum, 1738, 1741, 1746, 1755 en 1772; Rijnland 1746 (bijwerking kaart van Dou en Van Broeckhuysen, derde uitgave); De Lek, 1751 en 1764; De Linge van Asperen tot Gorinchem, 1753-1754; De Waal boven Nijmegen, 1755; Het Pannerdens Kanaal en nabij gelegen riviersegmenten, 1745, 1763; De Maas van de Mond van de IJssel tot Rotterdam, 1771.

bron: www.maphist.nl

 

 

Fragment van de rivierkaart De Lek, 1764

De doorbraak op kerstavond 1740 van de zuidelijke Lekdijk bij Lexmond vormt een belangrijk keerpunt in de Hollandse rivierzorg: het markeert het moment waarop het Hoogheemraadschap van Rijnland zich krachtig met de inrichting en vormgeving van die rivierzorg ging bezighouden. Volgens Rijnland was die bemoeienis pure noodzaak en dus alleszins gerechtvaardigd: het noodweer dat geheel Europa vanaf oktober had geteisterd, had overal voor grote wateroverlast gezorgd. De rivier de Rijn had die enorme toevloed van water niet kunnen verwerken. Via het Pannerdens Kanaal en de Nederrijn waren zulke abnormaal grote hoeveelheden water in de Lek terechtgekomen, dat het een mirakel was dat alleen de zuidelijke
Lekdijk van de Alblasserwaard onder de druk van het water was bezweken. Evengoed was het echter de noordelijke Lekdijk geweest. Melchior Bolstra (1703-1776), de landmeter van Rijnland, had de hoge waterstanden dankzij zijn netwerk
van waarnemers langs de rivieren – tot in Duitsland toe – al lang zien aankomen. Volgens hem was de wateroverlast dan ook slechts de voorbode van een allesvernietigende doorbraak van de noordelijke Lekdijk. Als die kwam – want dát ze kwam was zeker – was Rijnland ten dode opgeschreven. Bolstra werkte dat doemscenario
met slechts enkele pennenstreken uit op een atlaskaart die, in de maanden daarna, door het Hoogheemraadschap in groten getale werd verspreid.

bron: www.waterstaatsgeschiedenis.nl

 

Fragment van de rivierkaart De Lek, 1764

In de loop van de 18e eeuw verslechterde de toestand van de Hondsbossche zeewering zienderogen. Het strand versmalde zodanig dat de Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen in 1754 een prijs uitloofde voor het beste antwoord op de vragen:

1) Welke zyn de Waare Oorzaken dat het Strand by Petten en de Honds-bossen zedert eenige Jaaren zo aanmerkelyk is afgenomen?
2) Wat is het beste middel om het Strand te dier plaatse te bewaaren
3) en te doen aanwinnen?.

Er kwamen vijf inzendingen bij de Maatschappij binnen. Bekroond werd de inzending van Melchior Bolstra, landmeter van Rijnland. De snelle strandafname weet hij aan het feit dat de zeewering in de loop der tijd zo ver was teruggenomen dat oude dijkputten buitendijks waren komen te liggen. Het door deze putten verzwakte strand was natuurlijk extra kwetsbaar. Als oplossing voor de problemen sloeg Bolstra een traditionele remedie voor, namelijk terugtrekken op een nieuwe stelling. Verder adviseerde hij de bouw van korte hoofden om de aangroei van het strand te bevorderen.

bron: www.archiefalkmaar.nl


 

Fragment van de rivierkaart De Lek, 1764

Bolstra aanschouwde het levenslicht in het friese Makkum. Van zijn vroege jaren is niet veel bekend. In 1731 werd hij landmeter bij het hoogheemraadschap van Rijnland. Hij ontwikkelde zich tot een deskundig cartograaf van met name Midden-Holland en er zijn zeer veel handgetekende rivierkaarten van zijn hand bewaard gebleven. Ze zijn voor het grootste deel in het bezit van Rijnland. Bolstra won tweemaal, in 1754 en 1755, waterstaatkundige prijsvragen die waren uitgeschreven door de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen. Naast het landmeterschap van Rijnland had Bolstra ook het toezicht op rivieren als de Lek, de Waal en de Merwede die vaak buiten hun oevers traden en schade veroorzaakten. De Staten van Noord-Holland en West-Friesland verzochten hem herhaaldelijk om rapporten op te stellen over de mogelijkheden tot beteugeling van het steeds groter wordende Haarlemmermeer. Men dacht hierbij zowel aan versterking van de oevers als aan de droogmaking van het meer. Aan deze rapporten werden door hem kaarten als bijlage toegevoegd. Mede van zijn hand verschenen, zoals gezegd, plannen tot droogmaking van het Haarlemmermeer waarvan enkele tot de meest uitgewerkte en best gedocumenteerde kunnen worden gerekend. Een daarvan, uit 1742 daterend, zou de basis leggen voor de discussie die uiteindelijk tot goedkeuring van het definitieve droogmakingsplan zou leiden. In de jaren na 1760 vond, door onderlinge geschillen tussen Rijnlandse waterstaatkundigen, waaronder Bolstra, geen besluitvorming plaats over de droogmaking van het meer. De oeverbescherming waartoe in 1767 door de Staten werd besloten, leek redelijk aan zijn doel te beantwoorden. Nadien zou zich nog een tientallen jaren durende discussie ontspinnen over wel of niet droogmaken. Bolstra overleed in 1776. Hij werd in de Hooglandse Kerk in Leiden begraven.

www.gemalen.nl

 

Kadaster minuutplan 1832

Op zoek naar de roots van het Kadaster komen we terecht in het Frankrijk van twee eeuwen geleden. In 1806 proclameert keizer Napoleon Bonaparte zijn 28-jarige broer Lodewijk Napoleon tot koning van Holland. Napoleon denkt dat de belangen van Frankrijk zo in goede handen zijn. Keizer Napoleon vindt in zijn broer echter niet de bondgenoot die hij verwachtte en hij heeft duidelijk spijt dat hij hem tot koning van Holland heeft benoemd. Op 1 juli 1810 doet Lodewijk Napoleon afstand van de troon. Enkele dagen na de troonsafstand van Lodewijk Napoleon wordt het koninkrijk Holland ingelijfd bij het Franse keizerrijk.

Napoleon heeft voor zijn veroveringsdrang veel geld nodig. De invoering van grondbelasting ziet hij als een goed middel om daaraan te komen. Om een redelijke grondslag voor de heffing ervan te verkrijgen, wordt in Frankrijk in 1808 begonnen met een georganiseerde wijze van opmeting, schatting en tenaamstelling van grondeigendom; de vervaardiging van een kadaster dus. De naam kadaster komt oorspronkelijk via het Franse cadastre van het Latijnse catastrum, dat grondbeschrijving betekent. Een Keizerlijk Decreet gelast ook voor de Hollandse departementen een kadaster naar Frans model te vervaardigen. De allereerste opmetingen in Nederland vinden in 1811 en 1812 plaats. Na de val van Napoleon in 1813 wordt onder Willem I in 1832 het Kadaster in Nederland - behalve in Limburg (1841) - officieel ingevoerd.

bron: www.dewoonomgeving.nl

 

 

Jacob Kuyper; Gemeente-atlas van 1868

 

Jacob Kuyper; Gemeente-atlas van 1868

 

 
   
 
© 2005 - Alle rechten voorbehouden - Site ontwerp:  Joost Groenendijk