Historische Vereniging Ameide en Tienhoven
 

themas > literatuur > Nidek

Matthaeus Brouërius van Nidek

Kabinet van Nederlandsche en Kleefse Oudheden

255

Het Steedeken Ameyde, aan de Lek.

 

 

 

 

 

 

Ameyde is geleegen langs de Riviere de Lek, tusschen Lexmond en Thienhoven, ook tegens over Jaarsveld. In de bovenstaande 187. Afbeeldinge werd ons een fraay Gezigt in 't verschiet daar van vertoond, door den Konstryken Abraham Rademaker na 't leven geschetst.

In de Lyst der Goederen van de Utrechtsche Kerke, werd Ameyde (volgens H. van Heusden (*),) genoemt, een Landstreek

(*) Oudtheeden, Tweede Deel, pag. 308.

   

256
streek
, door de Bisschoppen van Utrecht aan de Graven van Goor te Leen uitgegeven. Deze Plaats heeft wel eer eene Stad met Poorten geweest (a), voorzien met een sterk Huys of Slot; waarom men in de Ordinaris Verly-Brieven leest: Met het Huys ende Poorte ter Ameyden. Thans geniet deze Plaats nog wel Stads-Gerechtigheid, dog is ontmantelt, en een open Vlek; maar wanneer zulks geschied is, is onzeeker, dog waarschynlyk by die van Utrecht in den Jaare 1527. (gelyk Oudheids-kundige J. van Oudenhoven betuigt, en niet 1457 gelyk L. Smids (b) wil;) Immers was 't Huys ter Ameyde toen nog in weezen, vermits Lamb. Hortensius daar van verhaald:
" Het Slot hier van was daar, ten aanzien van zyn situatie
en Gebouw, sterk genoeg, Termyde genoemt, duyzendt
schreeden van Vyanen, en een Boogscheut van den oever van de Lek geleegen".

Ameyde
behoord onder 't Geregt van Vianen, zegt H. van Heusden.
't Huys ter Ameyde is het vervallene Huys, leggende aan de Westzyde van het Dorp Ameyde, tusschen dit Vlek en Thienhoven. Jonker Matthys van der Hoeven (c), W. van Gouthoeven (d), M.Z. van Boxhorn (e) en S. van Leeuwen (f), noemen het 't Huys Herlaar; als zynde van ouds Gebouwt door de Edele van Herlaar, gesprooten zoo 't schynt, uit

(a) J. van Oudenhovens Zuydt-Hollandt, pag. 366.
(b) Schatkamer, pag. 15.
(c) Charter Chronyk, Eerste Deel, pag 121.
(d) Chronyk, pag. 78.
(e) Tooneel van Hollandt, pag. 94.
(f) Batavia Illustrata, pag. 1213.

   

257
uit Braband; en dezelve hebben waarschynlyk aan 't oude Kasteel buiten 's Hertogenbosch, mede Herlaar genoemt. dezen naam gegeven. of den haaren van het zelve ontfangen. Deze Heeren, onder anderen ook Heeren van Ameyde geweest zynde, is dit huys ten haaren tyde, in den Jaare 1312 eerst een Leen geworden; hebbende toen Dirk van Herlaar het zelve van Guido, Bisschop van Utrecht te Leen ontvangen, na dat hy het zelve alvoorens aan den Bisschop hadde opgedragen (a). Na dat de Edelen van Herlaar meer dan 200 Jaaren, dit Slot in bezit, en daar op gewoond hadden, is het zelve, benevens het Land en de Inkomsten daar toe behoorende , zedert den Jaare 1418 by de Heeren van Brederode bezeeten (b).
Ameyde legt onder de Dyckschouwe van den Alblasser-waard, en onder het Waterschap van den Overwaard.
Ameyde en Thienhoven, maken t'zamen een Drossaarts-Ampt uit.
Volgens de Lyst of't Quohier der Verpondinge over geheel Holland en West-Vriesland, zedert het Redres van den Jaare 1632, vinde Ameyde en Thienhoven t'zamen daar in aangeslaagen; (de Huyzen niet gespecifieert,) voor 118 Morgen 10 Roeden, betaalende 2642 Guldens 14 stuyvers, en voor 716 Morgen geëxpresseert, 2443 Guldens 7 stuyvers 6 deniers. Dog in een andere Copye dezer Lyst, bevinde ik, dat Ameyde en Thienhoven t'zamen Jaarlyks zouden moeten opbrengen 2443 Guldens 7 stuyvers 10 deniers; zoo dat in een van beiden een misslag zal zyn.
Dat Ameyde en Thienhoven niet sterk bewoond zyn, blykt onder anderen uit zeekere Lyst der dooden, by den Koster en Doodgraver van deze beide Plaatzen schriftelyk gehouden, en onder my berustende; beginnende in den Jaare 1655 en eindigende

(a) Oudenhovens Beschryving van Zuydt-Hollandt, pag. 366, 412
(b) Gouthoeven, pag. 78.

   

258
gende met den Jaare 1661 zynde het gantsche getal niet meer dan 130 Lyken geweest. Daar in vinde ook aangeteekend, dat in den Jaare 1657 over den dood van den jongen Heere van Brederode, zoo wel te Ameyde als te Thienhoven driemaal 's daags geluid is, ieder reyze een uur, in ieder uur drie poozen, ieder van een quartier-uur, en 't andere quartier-uur voor 't rusten; begonnen den 28 Juny, en opgehouden met het einde der begravenisse van zyn Excellentie, zynde den 4 Augusty, des avonds tusschen 10 en 11 uuren.
In den Jaare 1388 ontstond 'er een zwaare Oorlog, tusschen Jonker Jan van Arkel, Heeren Otto's Soon, en Hendrik van Vyanen, Erfgenaam van de Heerlykheid van Ameyde, waar door het Kasteel beleegerd, en 't Dorp Ameyde tot pulver verbrand wierd (a).
Toen de Franschen in den Jaare 1672 deze Landen als een Zee overstroomden, heeft Ameyde onder anderen een zeer deerlyke verwoestinge geleeden. 't Wydloopige verhaal dezer elenden, heeft de neerstige François Halma, in zyn Tooneel der Vereenigde Nederlanden (b) uit verscheide Schryvers aangeweezen; daar op wy ons om kortheid beroepen.
De Kerk te Ameyde is vry groot, en de Tooren, die spits is, heeft een omloop of trans (c). Zedert de Reformatie, zyn de Kerken van Ameyde en Thienhoven onderling gecombineerd, behoorende onder de Classis van Gouda en Schoonhoven; en bevinde, dat aldaar de Gereformeerde Godsdienst, zedert die tyd tot nu toe, by de volgende Predikanten bediend is:

   

259

Gervatius Driel, 1588 vertrokken

Johannes Andelius, 1592 van Utrecht, vertrokken naar Gouda

Petrus Jacobi,

Luderus Vogelsang, 1605 van Oldenzeel, vertrokken naar Vianen

Edzardus Frederici Auricanus, 1609 uitgedient

Edmundus Jonkhout, 1660 gestorven

Bernhardus van Hermkhuyzen, Fred. Frat. 1682 van Melis-kerken, vertrokken naar Oost-Saardam.

Justus Schalkwyk van de Velde, Justi Nepos, 1687 vertrokken naar Bommel

Johannes Georgii Barovius, zedert

 

1590

1595

1596

1608

1660

1682

1687

1692

1693

 

 

 

   

260

Het dorp Thienhoven in Zuid-Holland

 

 

 

 

 

 

Daar zyn drie verscheide Ambachten, welke den naam Thienhoven dragen; het eerste legt tusschen Leerdam en Schoonerwoerdt; het tweede in 't Neder-Sticht van Utrecht; en het derde, daar wy nu van spreeken, behoord onder 't Gerecht van Vyanen (a); heeft ten Oosten Ameyde, ten Westen Langerak, ten Zuyden Noordeloos, en ten Noorden de Lek. Het zelve behoord onder het Overwaterschap van de

(a) H. van Heusdens Oudtheeden, Tweede Deel, pag. 308

   

261
de Over-Waardt, en het Dyk-Recht van den Alblasser-Waardt (a). Eertyds was dit een Heerlyjheid der Heeren van Breederoode, doch is daar na by den Graaf van der Lip bezeeten.
In den Jaare 1437 (b) wierd Thienhoven door Hertog Arnoud van Gelre, Soon van vrouwe Maria van Arkel, aan den Heere van Kuylenburg overgedragen, volgens den onderstaande Brief:
" Arnold, van der Genade Godts, Hertogh van Gelre en Gulig, Graaf van Zutphen: Alzoo een uitspraak gedaan is, tusschen Hem, en den Heer van Kuylenburgh, door zyn Vader, (Heer Jan van Egmondt;) Heer Willem van Egmondt zyn Oom, en Willem (van Egmondt) zyn Broeder, met Gerit en Peter van Kuylenburg zyn Neven, dat hy aan d'Heer van Kuylenburg overgeven zou die Tienhoven, die Heer Huybrecht van Kuylenburg Zalr. gekocht had van Heer Jan van Arkel, zyn Groot-vader: Zoo draagt hy die over aan d'Heer van Kuylenburg, zonder bedrogh. Gegeven 't Jaar 1437 op St. Willeboords-dagh, (den 7 van Slagt-maant.) Onderteekent by den Hertog, Johan Schellard van Obendorp Ridder, zyn Hofmeester, en Johan van Boetbergen; zyn Maarschalk."

Thienhoven heeft een eigen Kerk, dog niet groot, en derzelver Tooren is mede niet zeer hoog. Volgens een handschrift der Utrechtsche Kerke, (betuigt H. van Heusden,) was in deze Kerk een altyd-durende Kapellanye of Vicarye gestigt. De pastoor wierd door den Deeken van St. Marien-Kerk te Utrecht ingeleid. Zedert het invoeren van den Gereformeerden Godsdienst, is de Kerk van Thienhoven met die van Ameyde gecombineert, en werd door een Predikant bediend; waar van men breeder onder de voorgaande Verhandelinge

(a) J. van Oudenhovens Zuydt Hollandt, pag. 321
(b) Abr. Kemps Beschryvinge van Gorinchem, pag. 255

   

262

delinge van Ameyde kan nazien. Hoedanig zig de Kerk te Thienhoven in den Jaare 1620 vertoonde, heeft de Konstenaar Abraham Rademaker, in de voorenstaande 188. Printverbeeldinge, beneffens een zeer vermakelyk Gezigte langs de Lek voor oogen gesteld.

zie ook de website van de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren voor meer informatie over Mr. Mattheus Brouërius van Nidek  

 

 
 
   
 
© 2005 - Alle rechten voorbehouden - Site ontwerp:  Joost Groenendijk